Richtlijnen voor verbouw van een Historische boerderij

Historische boerderij
De historische boerderijen, die nu nog resteren, vormen het tastbaar cultureel erfgoed van het Noord-Brabantse platteland. De historische boerderij heeft zich door de jaren heen ontwikkeld als een karakteristiek bouwwerk, waarvan vaak nog vele historische onderdelen aanwezig zijn. Door de complexe ontwikkeling is geen boerderij hetzelfde en zijn de verschillen per streek verschillend. Tot de historische boerderijen behoren beschermde en niet beschermde boerderijen.
De boerderij maakt vaak nog deel uit van een complex agrarische bebouwing, bestaande uit de boerderij zelf (het hoofdgebouw), meerdere bijgebouwen (o.a. het bakhuis, de schuur en de waterput) en het boerenerf met de karakteristieke beplanting (solitaire monumentale bomen, boomgaard, geriefhout, hagen, houtwallen en singels). De onderdelen van dit boerderijcomplex vormen de context en ondersteunen elkaar bij de belevingswaarde van het geheel.

Historische waarden van een boerderij

Een boerderij bezit historische waarden als herkenbare (oorspronkelijke) karakteristieken nog aanwezig zijn of op respectvolle wijze, ten behoeve van een beter gebruik van de boerderij, zijn aangepast.
Als karakteristieken kunnen worden genoemd:

1. Hoofdstructuur, maat en schaal
Bij de oudere boerderijen is de (dak) vorm en de richting van de boerderij vaak bepaald door de geografische en ecologische omstandigheden. De grootte was veelal afhankelijk van het vermogen van de boer, de grootte van de te verkrijgen materialen en de ontwikkeling door de jaren heen. Kenmerkend voor de boerderijen in Noord-Brabant is het onderscheid tussen het woon- en bedrijfsgedeelte. Grof gezegd bestrijkt het woongedeelte veelal ¼, en het bedrijfsgedeelte gedeelte ¾ van de boerderij.

2. Constructie

Veel oudere boerderijen zijn vaak nog voorzien van een waardevol (dragend) houten gebint en kapconstructie. Deze houten gebinten worden vaak onderschat en zijn vaak (na honderden jaren) nog ijzersterk en vaak het oudste gedeelte van de boerderij. De jongere historische boerderijen hebben veelal balkdragende muren en een modernere kapconstructie.

3. Exterieur 

De boerderijen in Brabant zijn vaak als vakwerkgebouwen met vlechtwerk en leem gebouwd. Dit werd later vervangen door het “betere” baksteen, wat nu zo kenmerkend is.De daken waren of zijn nog geheel (later half) met riet of met dakpannen gedekt. Kenmerkend voor de oudere types zijn de laag aflopende dakvlakken (minder vatbaar voor wind, en zo beter voor de constructie) en de kleine gevelopeningen. De schouw is het hart van de boerderij, van buiten te zien als een kleine sobere schoorsteen op de nok van het dak. In de gevels herkennen we meestal in het woongedeelte de voordeur, woonkamer en slaapkamerramen, het opkamerraam en kelderraam en het droogluik voor het hooi, en in het bedrijfsgedeelte de deeldeuren (grote staldeuren), de potstaldeuren (de kleinere staldeuren), kleine stalramen en eenvoudige deuren.

4. Interieur

In het interieur van de boerderij zijn verschillende ruimtes te typeren.Zo kwam men meestal direct binnen (later met een gang) in “den herd”, de kamer met de schouw die het woonhuis verwarmde. Dit is de centrale kamer in het woonhuis. Aangrenzend zijn een of meerdere slaapvertrek(ken) eventueel met bedsteden (slaapkasten). Achter “den herd” is de spoelkeuken te vinden, de zogenaamde “geut”. Hier vanuit zijn de “opkamer”, de kelder, de stal en het achtererf te betreden. De opkamer is een kleine kamer die boven de ondiepe kelder gelegen is en vaak toegang tot de bovenruimte boven het woonhuis verschaft. De stal is in verschillende delen ingedeeld. Als eerste de “potstal” (later modernere “grupstal”), waar de koeien stonden. Daarna de “deel” (ruimte achter de grote staldeuren), waar de wagens met het hooi in de boerderij werd gereden. Achteraan in de boerderij zijn vaak de stallen voor de overige dieren gelegen. Oorspronkelijk werd de verdieping alleen gebruikt voor het opslaan van de oogst. Pas later werd stilaan, de ruimte boven het woonhuis, in slaapvertrekken ingedeeld. Hierbij moge het duidelijk zijn dat geen één boerderij dezelfde is en dat er altijd uitzonderingen op de regel bestaan en vaak daarom extra bijzonder zijn.

5. Materie

De boerderijen werden in beginsel samengesteld uit de materialen die kort bij de bouwplaats verkrijgbaar waren, zoals hout voor de constructie, klei voor stenen en riet voor het dak. Later komen er ook industrieel geproduceerde materialen voor. In de overgebleven historische boerderijen zijn deze materialen nog volop zichtbaar. We denken aan het oud metsel-, voeg- en pleisterwerk, houten kozijnen en deuren (met sombere detailleringen), lemen vloeren, oude dakpannen, rieten daken etc.

6. Bouwsporen

Bouwsporen kunnen op elk onderdeel van de boerderij voorkomen. Ze laten de ontwikkeling van de boerderij zien en zijn zo de voeding voor cultuur- en bouwhistorici. Bouwsporen zijn onvervangbaar en niet na te maken.

7. Kleur

Het is moeilijk te zeggen welke kleuren nu historisch zijn. Veel voorkomende exterieurkleuren zijn in ieder geval de kleuren groen en helder wit. In het interieur zijn de kleurstelling veel gevarieerder, vaak zien we op de muren in het woongedeelte de kleur lichtblauw en op de plafondbalken “ossenkop rood”. Het blijkt echter dat kleuren-onderzoek op muren en houten delen pas echt de kleuren laat zien die karakteristiek zijn voor elk afzonderlijk pand. In elk geval zijn de kleurstellingen veelal somber van aard, met name het stalgedeelte wat daardoor ook ondergeschikt wordt aan het woongedeelte.Het verbouwen, wijzigen of restaureren van een historische boerderij
Indien een historische boerderij zijn functie kan behouden of een volledig nieuwe gepaste functie kan krijgen, komt dit de instandhouding van de boerderij ten goede. Als hiervoor de historische boerderij moet worden verbouwd of gewijzigd, dient dit altijd met respect voor de historische gelaagdheid en de historische onderdelen van de boerderij te geschieden. Bij elke verbouwing of wijziging dienen daarom de bouwsporen van de boerderij zo veel mogelijk te worden gehandhaafd. Deze bouwsporen vertellen immers het “verhaal” van de boerderij en maken de boerderij daarmee uniek.

Bij het verbouwen, wijzigen of restaureren van een historische boerderij is het volgende van belang:
 
1. Laat onderzoek plegen naar de cultuurhistorie van de boerderij. Wat is de geschiedenis van het (de) gebouw(en) en van de locatie? Waarom ziet de boerderij eruit zoals ze eruit ziet? Probeer te begrijpen hoe de boer dacht in zijn tijd. Onder welke omstandigheden kwamen ingrepen tot stand?
 
2. Laat onderzoek plegen naar de bouwhistorie van de boerderij. Hoe zag de boerderij er in verschillende fasen uit? Hoe is het gebouw gegroeid?
 
3. Laat bepalen welke historisch waardevolle onderdelen nog aanwezig zijn. Zie de punten 1 t/m 7 onder de kop “Historische waarden van een boerderij”.

Historische waarden van de boerderij